Genealogie van
Berry Nieland en Debby Ekkelboom


Herkomst van achternamen
Achternamen kunnen op verschillende manieren tot stand zijn gekomen: de naam kan betrekking hebben op de voornaam van een van de ouders, schoonouders of grootouders; dit heet een Patroniem. Een voorbeeld hiervan is Willem Janszoon, afgekort tot Willem Jans. De achternaam kan ook verband houden met de aardrijkskundige plek waar men vandaan komt (toponiem), bijvoorbeeld Jan Elsen (van de plaats Elsen), maar ook Piet van de Ven (uit een veengebied) of Van Langendonck (afkomstig van een lange Donk). Geografische toenamen bleken vroeger doorgaans op een hogere afkomst te wijzen. In de Nederlandstalige familienamen is er een tweedeling op te merken binnen de geografische familienamen: toenamen met herkomstvoorzetsels werden hoger geevalueerd dan samengestelde naamsvormen eindigend op -man(s). Vergelijk Van den Bosch met Bosmans.
In Vlaanderen, Brabant, Oost-Nederland en Engeland komt een bijzondere vorm van toponiemen voor: herberg- en boerderijnamen. Mensen vernoemden zich naar deBoerderij of herberg waarin ze woonden, zoals Leferink of Groot-Kromkamp.
Door verschrijvingen van ambtenaren en geestelijken zijn vele achternamen in de loop van de tijd verbasterd. Verbruggen naast Vanbrugge, Van Brugge of Dupont komen voor, zodat het uitzoeken van dergelijke familienamen een hele klus kan zijn. Daarentegen kwam het fenomeen vernoemen vroeger veelvuldig voor, zodat een bepaalde voornaam of een kleine variatie daarop regelmatig weer bij de nakomelingen werd toegepast, wat weer enigszins houvast biedt.
Onder het regime van Napoleon werd bij bij de Franse wet van 20-25.09.1792, decreet van 17.06.1796 de Burgelijke stand vastgelegd. In Vlaanderen werd met de eerste burgelijke stand registers begonnen in hetzelfde jaar 1796. In het hertogdom Brabant en in Vlaanderen waren de familienamen in 1500 al bijna overal gestabiliseerd, zodat dit niet echt een probleem opleverde. In het huidige Nederland werd met de invoering van de burgelijke stand in 1811 iedereen verplicht een achternaam te voeren. In bepaalde streken van Nederland kan het voor een genealogisch onderzoeker echter problemen opleveren, omdat een familie ineens van achternaam veranderde. Het aannemen van een achternaam werd vastgelegd in de zogenaamde registers van naamsaanneming, die onderdeel van het bevolkingsregister zijn.
In de Middeleeuwen, toen Nederland nog bestond uit verschillende, vrij onafhankelijke gewesten, ontstonden in bepaalde gebieden zeer specifieke namen en toevoegingen.
uitgang -ing / -ink
Zo kwamen in Twente en de Achterhoek de toevoegsels -ing en -ink heel veel voor. Het -ink wil zoveel zeggen als behorende tot. En wel behorende tot die en die familie, boerderij, nederzetting, bezitting.
Jannink had een voorvader Jan, Dirkink een Dirk. In andere streken heetten die Dirksen of Derksen.
De hoeve van Bern of Bren (Bernard) was een Brennink en de opzichter of meier was de Brenninkmeier.
uitgang -a / -ma / -inga
We kennen allemaal de Noord-Nederlandse toevoegingen -a, -ma, -inga,
ook weer met de betekenis behorende of komende van/bij.
uitgang -ert / -er
De uitgang -ert is een verzwaring van -er.
Voorbeelden van dergelijke namen zijn Bruggert, Demmer, Beumer, Brinkert.
uitgang -sen / -s
De uitgang -zoon, -sen, -se werd tot een eenvoudige s, sz of n zoals in Peters, Smits of Smitsz
DECREET VAN NAPOLEON

In het Paleis van St. Cloud, den 18 Augustus 1811.

Napoleon, Keizer der Franschen, Koning van ItaliŽn, Beschermer van het Rhijnverbond, Bemiddelaar van het Zwitsersch Bondgenootschap.

Op het rapport van onzen Groot-Regter Minister van Justitie;
Gezien ons Decreet van den 20 July 1808;
Onzen Staatsraad gehoord;
Hebben wij gedecreteerd en decreteeren het geen volgt:

Art 1.
De genen onzer onderdanen in de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, welke tot dus verre genen vasten familienaam of voornamen hebben gehadt, zullen gehouden zijn, zodanigen, in den loop van het jaar der bekendmaking van ons tegenwoordig decreet, aan te nemen, en de opgave daarvan te doen aan den ambtenaar van den civielen staat der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn.

Art 2.
De namen van steden zullen niet toegelaten worden als familie-namen. Als voornamen mogen worden aangenomen dezulke, die bij wet van den II germinal IIde jaar zijn toegestaan. Art 3.
De maires, de opneming der inwoners hunner gemeenten doende, zullen gehouden zijn, te onderzoeken en ter kennis van het bestuur te brengen, of dezelve persoonlijk de bij voorgaande artikelen voorgeschreven voorwaarden hebben vervuld.
Zij zullen insgelijks gehouden zijn, de genen der inwoners van hunne Gemeenten, die van naam veranderd zijn, zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen van de bovengemelde wet van II Germinal IIde jaar, ter kennis van het bestuur te brengen.

Art 4.
Van de bepalingen van ons tegenwoordig decreet zullen uitgezonderd zijn dezulken onzer onderdanen van de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, die bekende namen en voornamen hebben, en welke zij bestendig hebben gevoerd, al ware het, dat die namen en voornamen voortkomstig zijn uit die der steden.

Art 5.
De genen onzer onderdanen, in het voorgaand artikel vermeld, die hunne namen en voornamen willen behouden, zullen desniettemin gehouden zijn, dezelve op te geven, te weten: die, welke in bovengemelde departementen wonen, bij de mairie der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn, en de andere, bij de zoodanige, alwaar zij voornemens zijn, hunne woonstede te vestigen: alles binnen den tijd, in art. 1 vermeld.

Art 6.
De familienaam, dien de vader, of, bij ontstentenis van dien, de grootvader van vaderszijde, verklaard heeft, te willen aannemen, of welke hem toegekend zal blijven, zal aan alle kinderen worden gegeven, die gehouden zullen zijn, denzelven te voeren en aan te nemen in de akten; ten dien einde zal de vader, of, bij gebreke van dien, de grootvader, de aanwezig zijnde kinderen en kleinkinderen in zijne opgave vermelden, alsmede derzelver woonplaats; en dezulke onzer onderdanen, die hunnen vader, of bij ontstentenis van denzelven, hunnen grootvader nog in leven hebben, behoeven slechts te verklaren, dat hij nog in leven is, benevens de plaats van zijn verblijf.

Art 7.
Zij, die de bij het tegenwoordig decreet voorgeschreven formaliteiten, en binnen den daar bij vermelden tijd, niet zullen vervuld hebben, en zij, die, in eenige publieke akte of onderhandsche verbintenis, willekeurig en zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen der wet van den IIden germinal IIde jaar, van naam veranderd zouden zijn, zullen overeenkomstig de wetten gestraft worden.